Cumulus (Cu)
Een wolkengeslacht dat, samen met Cumulonimbus, deel uitmaakt van de verticaal ontwikkelde wolken. Het is een wolk die geïsoleerd groeit en bestaat uit een verzameling afgeronde vormen, die een dichte wolk vormen met meestal welalomlijnde omtrekken. De kleinste cumulus (Cu humilis) zijn volledig wit en staan in de volksmond bekend als mooi-weer-wolken of stapelwolken. De middelgrote (Cu mediocris) en met name de grote (Cu congestus) vertonen een donkergrijze kleur aan hun basis, vanwege de grote hoeveelheid hydrometeoren die ze in zich bergen, aangezien deze elementen een natuurlijk scherm vormen dat de doorgang van zonlicht belemmert. Die relatieve donkerte van de basis contrasteert met het heldere wit dat de rest van de wolk vertoont wanneer deze rechtstreeks door de zon wordt verlicht. Het bovenste deel neemt de vorm aan van een bloemkool. De verticale groei van een cumulus wordt gedicteerd door convectie, en deze kan zeer variabele hoogten en maten vertonen. De basis bevindt zich onder 2000 m hoogte, en deze kan naar boven groeien tot 6000 m (op gematigde breedtegraden). Binnenin de cumulus overheersen stijgende luchtstromen, hoewel ze in de grootste exemplaren samenbestaan met dalende stromen die geassocieerd zijn met neerslag. Het Latijnse woord Cumulus betekent hoop of stapel, wat het opstapelen van de bolvormige vormen waaruit deze convectieve wolk bestaat goed beschrijft. Hoewel dat het meest voorkomende uiterlijk is, verschijnt deze soms verscheurd, in flarden, wat de soort fractus vormt.