luchten / verluchten
Ventileren, luchten. Iets drogen of verfrissen in de buitenlucht, zoals bijvoorbeeld wasgoed dat te drogen is gehangen, boombladeren of een grasveld dat nat is van de ochtenddauw.
Ventileren, luchten. Iets drogen of verfrissen in de buitenlucht, zoals bijvoorbeeld wasgoed dat te drogen is gehangen, boombladeren of een grasveld dat nat is van de ochtenddauw.